Professioneel of privécontract
Bijgewerkt op: 21/01/2026
Het professionele contract is bedoeld voor bedrijven, vrije beroepen en zelfstandigen. Het professionele karakter van het contract kan heel eenvoudig vastgesteld worden, omdat er een btw-nummer op de factuur staat. In tegenstelling tot het privécontract heeft het professionele contract geen minimale looptijd.
In de Gas- en Elektriciteitsordonnanties wordt de professionele klant gedefinieerd als de eindafnemer die kan aantonen dat de op het verbruikspunt geleverde elektriciteit en/of het gas voor professionele doeleinden gebruikt wordt[1].
In de volgende situaties kan het voorvallen dat gebruikers een professioneel contract hebben voor privégebruik:
- als ze boven hun handelszaak wonen en geen aparte meters hebben;
- als ze een vrij beroep uitoefenen in hun woning;
- als er een fout gemaakt werd bij de keuze van het contract.
In principe zijn er geen beschermingsmaatregelen voor professionele contracten:
- Een professionele klant kan geen aanspraak maken op het statuut van beschermde klant.
- Een professionele klant kan niet genieten van het sociaal tarief.
- De opzegprocedure voor privécontracten is niet van toepassing op professionele contracten.
In geval van niet-betaling[2]:
- voor bedrijven met meer dan vijf personen:
De leverancier kan de levering van aardgas en/of elektriciteit opschorten overeenkomstig de regels in de algemene voorwaarden van het contract. Er is geen wettelijke bescherming voorzien.
- voor bedrijven met minder dan vijf personen:
De leverancier kan het leveringscontract ontbinden als hij vooraf de volgende drie acties ondernomen heeft:
– een aanmaning sturen
– een ingebrekestelling sturen
– over een afbetalingsplan onderhandelen
Voor professionele contracten voorzien de algemene voorwaarden van leveranciers vaak heel andere opzeggingsmodaliteiten dan bij residentiële contracten (bijvoorbeeld hoge schadevergoeding bij vroegtijdige beëindiging).
[1] Art. 2, 28° van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; art. 3, 18° van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
[2] Art. 25quindecies van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; art. 20duodecies van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

