Gasverbruik
Bijgewerkt op: 06/05/2026
Tijdens het gesprek met het huishouden en door het analyseren van de factuur kan je trachten te achterhalen of een van de volgende elementen het verschil tussen het jaarlijkse gasverbruik in kWh en het jaarlijkse referentieverbruik kan verklaren.
Levert dit niets op, dan is het beter om de staat en de installaties van de woning ter plaatse eens te gaan nakijken.
Het kan gebeuren dat de berekening van de annualisering van het verbruik afwijkt/niet correct is. Dit kan het geval zijn wanneer de annualisering bijvoorbeeld enkel gebaseerd is op de twee koudste wintermaanden. De annualisering zal dan een te hoog verbruik opleveren, omdat ervan uitgegaan wordt dat de hele winter even koud was als deze twee maanden.
De referentiecijfers gaan uit van een gemiddelde aanwezigheid in de woning, maar sommige huishoudens brengen er meer tijd door.
- Halfopen bebouwing
Het verbruik voor verwarming ligt gemiddeld 15% hoger dan bij een gesloten bebouwing. Het jaarlijks referentieverbruik voor verwarming moet dus met 15% verhoogd worden. - Open bebouwing
Het verbruik voor verwarming ligt gemiddeld 30% hoger dan bij een gesloten bebouwing. Het jaarlijks referentieverbruik voor verwarming moet dus met 30% verhoogd worden.
Er kan op verschillende plaatsen warmte verloren gaan:
- Via de muren
30% van al het warmteverlies in een woning is toe te schrijven aan de muren. Het gebeurt dat de radiatoren/convectoren tegen koude buitenmuren geïnstalleerd zijn, waardoor er warmte verloren gaat. Om dergelijk warmteverlies te beperken, kunnen er aan de muur achter deze radiatoren warmtereflectoren aangebracht worden. - Via ramen en deuren
30% van al het warmteverlies in een woning is toe te schrijven aan de ramen en deuren. Om dit te verminderen, kan men de gordijnen sluiten. Daarbij moet men er wel op letten dat ze niet voor de radiatoren hangen. Ook door ’s nachts de (rol)luiken te sluiten, wordt de warmte beter binnen gehouden. - Via het dak en de vloer
25% van al het warmteverlies in een woning is toe te schrijven aan het dak en 15% aan de vloer op de benedenverdieping. Dit is dus vooral belangrijk voor appartementen op de beneden- of kelderverdieping en onder het dak. Soms is het mogelijk om de zoldervloer goedkoop te isoleren. - Via niet-geïsoleerde warmwater- en verwarmingsleidingen
Warm water dat door niet-geïsoleerde leidingen stroomt in niet-verwarmde delen van de woning, koelt sneller af. Om dergelijk warmteverlies te beperken, kunnen er rond deze leidingen isolatiebuizen aangebracht worden. Zo kan men ieder jaar tot 300 kWh per meter leiding besparen.
Kleine investeringen
Warmteverlies kan beperkt worden door kleine ingrepen (reflecterende panelen achter de radiatoren, plaatsen van dikke gordijnen, aanbrengen van isolatie rond niet-geïsoleerde verwarmingsleidingen, isolatie van de zoldervloer …). Er kan eveneens een beroep gedaan worden op verenigingen die tegen een lage prijs kleine werken komen uitvoeren bij mensen met een laag inkomen.
Een te hoge vochtigheidsgraad in de woning verhoogt het verwarmingsverbruik. Er bestaan twee soorten vochtigheid: vochtigheid die toe te schrijven is aan de aanwezigheid en activiteit van mensen, en vochtigheid die toe te schrijven valt aan de structuur van de woning. Meer informatie daarover vind je hier. Soms gebruiken mensen met financiële problemen de verwarming slechts sporadisch of helemaal niet. Dit kan gevolgen hebben voor de vochtigheidsgraad in hun woning.
Advies in verband met de temperatuur van de verwarming moet afgestemd zijn op de specifieke situatie van de betrokkene (aanwezigheid van een baby, een oudere of zieke persoon, enz.) en op de woning. In woningen waar het tocht, zal het koudegevoel altijd groter zijn, ongeacht de werkelijke temperatuur. Een thermostaat en/of thermostatische kranen helpen bij het regelen van de temperatuur.
- In leefruimten waar mensen aanwezig zijn, wordt een temperatuur van 20°C (thermostatische kraan op 3) aanbevolen. Met behulp van een thermometer kan de temperatuur objectiever vastgesteld worden. Dit kost niet veel en kan sterk bijdragen tot het temperatuurbeheer.
- ’s Nachts wordt een temperatuur van 16°C (thermostatische kraan op 2) aanbevolen.
- In ruimten waar niemand verblijft of in geval van tijdelijke afwezigheid kunnen de thermostatische kranen op 1 gezet worden (of 12°C).
- Bij langdurige afwezigheid (verblijf in het buitenland, enz.) kunnen de kranen dichtgedraaid of in antivriesstand gezet worden (5°C).
- Door de gemiddelde verwarmingstemperatuur via de thermostaat of de thermostatische kraan met 1°C te verlagen, kan bespaard worden op het verbruik. Hoe groter het verschil tussen binnen- en buitentemperatuur, hoe groter de besparing zal zijn.
- Wanneer een verwarmingsketel op een te hoge temperatuur ingesteld is, wordt er meer energie verbruikt zonder dat dit extra comfort oplevert voor de bewoners. Een temperatuur van 70°C is voldoende in de winter. Na de winter kan de verwarmingsketel in de stand ‘enkel warm water’ gezet worden of zelfs volledig uitgeschakeld worden.
Collectieve verwarmingsketels
Collectieve ketels kunnen enkel geregeld worden door de maatschappij die het gebouw beheert, door de syndicus of door de mede-eigenaars, maar in geen geval door de huurder of door een maatschappelijk werker die hiertoe niet gemachtigd werd door de beheerders van het gebouw.
- Een verouderde of slecht werkende verwarmingsketel verbruikt meer energie. Het is dan ook belangrijk om de verwarmingsketel regelmatig te onderhouden.
- Een verwarmingsketel, convector of boiler die niet onderhouden wordt, verbruikt meer dan toestellen die wel onderhouden worden, en kan een risico voor de veiligheid inhouden.
Dit komt niet zo vaak voor, maar het kan. Als je vermoedt dat de meter te snel loopt, kan je snel een kleine test uitvoeren voordat je eventueel contact opneemt met Sibelga.
Principe
Maak een vergelijking tussen:
- het gasverbruik (m.a.w. de evolutie van de meterstanden) gedurende 1/10e van een uur (ofwel zes minuten), wanneer het verbruik maximaal is. Hiervoor moeten alle radiatoren of convectoren volledig opengezet worden;
- en het het vermogen van de verwarmingsketel. Dit wordt uitgedrukt in kW (per uur) en staat gewoonlijk vermeld op het toestel (en standaard ook op de informatiefiche). Om de vergelijking mogelijk te maken, moet berekend worden welk vermogen de verwarmingsketel op 1/10e van een uur kan bereiken. Voorbeeld: als het nominale vermogen van de ketel 24,65 kWh bedraagt, zal het vermogen op zes minuten 2,465 kWh bedragen.
Als het werkelijke aardgasverbruik (1) hoger ligt dan het vermogen van de ketel (2), dan loopt de meter te snel.
Concreet:
- Zoek het nominale vermogen (in kW) van de verwarmingsketel op. Voorbeeld: 24,65 kW.
- Zet dit nominale vermogen om in kWh per 1/10e van een uur. In ons voorbeeld: 2,465 kWh of 0,2465 m³.
- Neem de stand van de aardgasmeter op. Voorbeeld: 9.450,25 m³.
- Zet alle radiatoren gedurende zes minuten op het maximum.
- Neem de meterstand opnieuw op. Voorbeeld: 9.450,35 m³.
- Bereken hoeveel aardgas er in deze zes minuten verbruikt werd: 9.450,35 m³ – 9.450,25 m³ = 0,1 m³.
- Vergelijk het werkelijke verbruik met het vermogen van de verwarmingsketel: 0,1m³ < 0,2465 m³.
=> In ons voorbeeld loopt de meter niet te snel.
Tussenkomst van Sibelga
Sibelga kan de meter komen controleren. Opgelet: als er niets mis is met de meter, zal Sibelga de tussenkomst aanrekenen aan de klant.



