Contracten

Contract met een vaste prijs of variabele prijs

Bijgewerkt op: 21/01/2026

Leveranciers bepalen zelf hun prijzen en bieden contracten met een vaste en/of variabele prijs aan.

Zekerheid en prijsstabiliteit.

Contracten met een vaste prijs bieden meer zekerheid (wat betreft het gehanteerde tarief). Bovendien zijn de facturen minder complex, doordat het gehanteerde tarief duidelijk is.

Contract met vaste prijs

Bij dit type contract ligt de door de leverancier voorgestelde prijs in principe vast gedurende de drie jaar van het contract. Daarbij wordt geanticipeerd op de evolutie van de energieprijzen. In de algemene verkoopvoorwaarden kan de leverancier echter aangeven dat een herziening van het tarief mogelijk is na één, twee of drie jaar. Deze tariefherziening gebeurt op basis van een indexatieberekening, die ook vermeld staat in de algemene voorwaarden.

Als de leverancier de formule van de indexatieberekening zoals vermeld in de algemene voorwaarden wil wijzigen, moet hij de klant daarvan vooraf op de hoogte brengen. De klant kan dan:

  • akkoord gaan met de nieuwe prijs die resulteert uit deze gewijzigde berekeningsformule; of
  • het contract opzeggen en van contract of leverancier veranderen zonder vooropzeg of schadevergoeding.

De keuze van de duur van de vaste prijs heeft geen impact op de duur van het contract.
Privécontracten worden verplicht afgesloten voor een periode van drie jaar. Consumenten kunnen er echter voor kiezen om de prijzen vast te zetten voor een periode van één, twee of drie jaar.

Contract met variabele prijs

Bij dit type contract, en afhankelijk van de voorgestelde formule, veranderen de prijzen maandelijks of vier keer per jaar (elk kwartaal) op basis van de door de leverancier gekozen indexatieparameters.

Concreet:

Hoe wordt bij een variabel contract het jaarlijkse verbruik verdeeld over de verschillende maanden van het jaar wanneer de afrekeningsfactuur opgemaakt wordt?
Leveranciers moeten de ‘standaardverbruiksprofielen’ gebruiken die opgesteld zijn door Synergrid (de Belgische federatie van elektriciteits- en gasnetbeheerders). Deze vraagcurves geven de netbelasting doorheen het jaar weer. Zo blijkt uit de gascurves bijvoorbeeld dat ongeveer 80% van de vraag zich tussen oktober en maart situeert, en ongeveer 20% in de overige maanden. De leverancier zal het overeenstemmende deel van het jaarlijkse verbruik van het huishouden dus toewijzen aan elke maand van het voorbije jaar op basis van deze curves, en dus niet door het verbruik gewoon door twaalf te delen.