< Terugkeer

De redding van het statuut van beschermde klant: de eerste ronde is gewonnen!

Bijgewerkt op: 05/02/2026

Het statuut van beschermde klant is een van de pijlers van het Brusselse systeem voor sociale bescherming. Iedereen die een ingebrekestelling van zijn of haar leverancier krijgt, kan dit statuut aanvragen. Als dit statuut goedgekeurd wordt, krijgt de gebruiker van Sibelga het sociaal tarief totdat alle schulden terugbetaald zijn. Hierdoor zullen de volgende facturen lager liggen en wordt vermeden dat de schulden van het gezin stijgen. Op die manier vermijdt men ook dat gas of elektriciteit afgesloten wordt.

Op 2 mei 2024 werd dit statuut versterkt door een besluit van de Brusselse regering. In juli 2024 had de Federatie van de Belgische Elektriciteits- en Gasbedrijven (FEBEG) beroep ingediend bij de Raad van State om dit besluit te schorsen.

Om dit statuut van beschermde klant te verdedigen, besloten de Federatie van de Maatschappelijke Diensten (waaronder het Steunpunt SocialEnergie) en het Collectif Solidarité Contre l’Exclusion (CSCE) de handen in elkaar te slaan en zich te ‘melden als vrijwillige interveniënten’ voor de Raad van State: we vroegen om het besluit te verdedigen aan de zijde van het Gewest zelf. We leggen het graag uit in deze video.

Het statuut van beschermde klant is een belangrijke pijler in de maatregelen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om iedereen toegang te geven tot energie. Of anders gezegd: een maatregel waardoor iedereen recht heeft op licht en verwarming, ook wie met financiële problemen kampt.

Met onze tussenkomst voor de Raad van State willen we herinneren aan de regulerende rol van de overheid, zeker in tijden van economische en sociale crisis.

Tijdens de zitting van 10 december luisterde de Raad van State naar de argumenten van de FEBEG en naar die van de regering van het Brussels Gewest, de FdSS en het CSCE.

Op 16 januari 2026 sprak de Raad van State zijn beslissing uit. Een eerste overwinning, en wel om drie redenen!

  1. De Raad van State erkent dat de FdSS en het CSCE het recht hebben om tussen te komen in dit dossier, aangezien ze opkomen voor de sociale bescherming in de energiesector. Onze “interventies in de zaak” werden “ontvankelijk verklaard”. Een erkenning die zeker van pas komt in volgende rechtszaken.
  2. De Raad van State heeft het FEBEG niet gevolgd in zijn vraag om het besluit van de Brusselse regering (tot versterking van het statuut van beschermde klant) onmiddellijk te vernietigen. Alvorens een definitieve beslissing te nemen, koos de Raad van State ervoor om een ‘prejudiciële vraag’ voor te leggen aan het Grondwettelijk Hof. Dankzij deze stap kan er ongeveer twee jaar tijd gewonnen worden[1] en blijft het statuut van beschermde klant ondertussen van kracht. Zonder deze tussenkomst bestond het risico dat het statuut snel zou verdwijnen en riskeerden veel gezinnen in moeilijkheden te raken.
  3. De formulering van de vraag van de Raad van State betreft niet de grondwettelijkheid van de bepalingen over het sociaal tarief, noch het sociaal tarief zelf. Het gaat om een bredere vraag, namelijk wie er op de energiemarkt verantwoordelijk is voor de sociale bescherming: gaat het om een gewestelijke of federale bevoegdheid in het kader van het energiebeleid?

Het debat voor het Grondwettelijk Hof wordt een primeur en is van zeer groot belang. Hiermee zal duidelijk worden wat de federale overheid en het Brussels Gewest moeten doen om het basisrecht op energie te garanderen en bijgevolg om dit recht duurzaam te verankeren.

[1] Na het arrest van het Grondwettelijk Hof zal de auditeur bij de Raad van State een nieuw verslag moeten opstellen over de gevolgen van dit arrest, waarna de Raad van State zich definitief over het dossier kan uitspreken. Er komt ook een nieuwe hoorzitting.