Nieuwe gezondheids- en veiligheidsnormen voor Brusselse woningen sinds 1 januari 2026
Bijgewerkt op: 19/03/2026
Sinds 1 januari 2026 moeten alle woningen aan nieuwe regels voldoen. Wat zijn de principes? Wat verandert er concreet in de woningen? Wat als een woning niet aan de normen voldoet? Lees er hier meer over.
Het besluit van 30 november 2023 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bepaling van de elementaire verplichtingen inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting van de woningen vervangt het besluit van 2003. Het nieuwe besluit is op 1 januari 2026 in werking getreden.
Deze nieuwe minimumnormen gelden voor elke huurwoning, ongeacht of het om een privéwoning of een publieke huurwoning gaat.
De wet trad pas twee jaar na de goedkeuring in werking, zodat eigenaars de kans kregen om hun woning in orde te brengen.
Basisvereisten voor elke woning
Brusselse woningen moeten aan drie vereisten voldoen om als veilig en gezond beschouwd te worden[1].
- De verplichte elementaire veiligheid
Deze omvat de minimumnormen op het vlak van stabiliteit van het gebouw, elektriciteit, gas en verwarming.
- De verplichte elementaire gezondheid
Deze betreft de vochtigheid, de giftigheid van de gebruikte materialen, de parasieten, de verlichting, de verluchting, de riolering en de vorm van de woning (oppervlakte, hoogte van de vertrekken en toegang tot de woning).
- De verplichte elementaire uitrusting
Deze vermeldt de verplichtingen op het vlak van warm en koud water, sanitaire installaties, de elektrische installatie, de verwarming en de vooruitrusting om te kunnen koken.
Een ‘gezonde en veilige woning’ moet dus aan de volgende voorwaarden voldoen:
- over conforme en werkende elektriciteits- en verwarmingsinstallaties beschikken;
- uitgerust zijn met voldoende verluchting en verlichting;
- bepaalde normen respecteren met betrekking tot de oppervlakte, hoogte en toegang van de vertrekken;
- geen te hoge vochtigheidsgraad hebben, al dan niet te wijten aan de slechte staat van het gebouw, die zelfs bij voldoende verwarming achteruitgaat;
- uitgerust zijn met sanitaire installaties;
- minstens beschikken over de vooruitrusting waarop uitrustingen aangesloten kunnen worden om te koken.
Enkele belangrijke wijzigingen
Deze vergelijkende tabel toont de grootste wijzigingen. Hieronder gaan we dieper in op de belangrijkste.
Verwarming en productie van warm water: volledige installatie
Huurwoningen moeten uitgerust zijn met een volwaardige verwarmings- en warmwaterinstallatie.
Voordien was enkel de vooruitrusting wettelijk verplicht. Sinds 1 januari volstaat het niet meer dat er een gastoevoer of een stopcontact aanwezig is waarop de huurders hun eigen verwarmings- en warmwatertoestellen kunnen aansluiten.
Tijdens huisbezoeken hebben we vastgesteld dat de vroegere, al te minimale, vereisten tot gevaarlijke situaties leidden. Zo plaatsten bewoners soms meerdere elektrische bijverwarmers met een te zwakke elektrische aansluiting, of stonden er slecht aangesloten gasconvectoren. Met de nieuwe wet moeten dergelijke risico’s op ongevallen tot het verleden behoren.
Maatregelen tegen CO-vergiftiging: wetgeving voor gastoestellen van type B
Koolstofmonoxide (CO) is een dodelijk gas dat gevormd wordt door onvolledige of slechte verbranding. Het ontstaat wanneer de ruimten onvoldoende zuurstof bevatten of bij een slecht onderhouden boiler of ketel. Om de risico’s op CO-vergiftiging te beperken, gelden de volgende regels voor gastoestellen van ‘type B’ (toestellen die lucht uit de kamer halen en die via een buis naar buiten afvoeren):
- Ze zijn verboden in slaapkamers. Ze moeten vervangen worden door gesloten gastoestellen van ‘type C’, die lucht van buiten halen en weer naar buiten afvoeren.
- In de andere ruimten kunnen ze behouden blijven, op voorwaarde dat ze conform zijn. Zo niet moeten ze verwijderd worden.
We zien vaak gastoestellen van type B in de verschillende ruimten. Doordat deze toestellen vaak in slechte staat zijn, gebeurt het regelmatig dat er CO aanwezig is.
Te lange blootstelling aan kleine hoeveelheden kleur- en geurloos gas leidt tot chronische vergiftiging, met langdurige lichte symptomen als gevolg. Wanneer iemand zegt dat hij of zij of een huisgenoot regelmatig last heeft van hoofdpijn, misselijkheid of duizeligheid en dat dit verdwijnt bij het verlaten van de woning, moet dit zeer ernstig genomen worden.
Via dit formulier of telefonisch kan je een aanvraag indienen om een CO-melder van ons te lenen, die je tijdens een huisbezoek kan gebruiken.
Bij een te hoge CO-waarde moet de installatie onmiddellijk door Sibelga afgesloten worden. Dit gas eist nog altijd jaarlijks slachtoffers.
Op deze pagina leggen we uit wat te doen bij een vermoeden van CO-vergiftiging.
Sanitair: twee wateraansluitingen en een douche of bad
- Een douche of bad, zonder uitzondering, voor huurwoningen.
- Minstens twee aansluitingen voor warm en koud water: de gootsteen van de keuken en het bad of de douche.
Voor collectieve woningen zoals gedeelde huurwoningen werd het maximumaantal personen dat gebruik kan maken van de sanitaire voorzieningen en de keuken gewijzigd.
Vocht: verantwoordelijkheid van de verhuurder
Veel verhuurders zijn van mening dat vocht door condensvorming te wijten is aan onzorgvuldig gedrag van de huurder. Volgens artikel 3, §2 van het besluit valt vocht door condensvorming onder de verantwoordelijkheid van de verhuurder als er geen of geen goed werkend ventilatiesysteem aanwezig is of als er koudebruggen zijn (holte in de isolerende schil van een gebouw – gevel, dak, vloer -, waardoor de warmte sneller weglekt en er een koude zone ontstaat).
Deze nieuwe bewoording is niets minder dan een overwinning. Vaak worden huurders er namelijk van verdacht dat ze hun woning slecht verluchten of verwarmen, terwijl vochtigheid binnenshuis in heel wat gevallen in de eerste plaats te wijten is aan het gebouw.
Opstijgend vocht en vocht door infiltratie vielen sowieso al onder de verantwoordelijkheid van de verhuurder. Dit blijft zo.
Minimale oppervlakte en hoogte
De minimale netto-oppervlakte bedraagt 18 m² voor één bewoner (voor studentenwoningen ligt deze op 12 m²). Per bijkomende bewoner komt er 10 m² bij.
Kamers onder een schuin dak moeten een plafondhoogte van 2,1 m hebben, met een vloeroppervlakte van 10 m² voor een woonkamer of eetkamer en 4 m² voor een keuken of slaapkamer.
Voor de badkamer en het toilet moet de plafondhoogte 2,1 m bedragen op minstens de helft van de oppervlakte.
Andere voorzieningen
- Zodra het valrisico hoger is dan 1 m, is een borstwering in elke ruimte en oppervlakte verplicht, zowel binnen als buiten.
- Gangen, deuren, trappen en andere ingangen tot de woning moeten een snelle toegang en evacuatie mogelijk maken.
- Elke woning moet over een individuele bel en brievenbus
Enkele belangrijke reflexen
Bij niet-naleving van de normen heeft de huurder twee opties:
- de verhuurder via de vrederechter verplichten om de nodige werkzaamheden uit te voeren;
- een klacht indienen bij de DGHI. In dat geval loopt de bewoner wel het risico dat de woning helemaal niet meer verhuurd mag worden.
Als de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd terwijl de woning bewoond is, is de beste optie waarschijnlijk om de vrederechter te vragen om de werken op straffe van een dwangsom binnen een bepaalde termijn verplicht te laten uitvoeren. Een verlaging van de huurprijs met terugwerkende kracht en tot het einde van de werken is een andere optie, die gerechtvaardigd kan worden door de ‘hinder tijdens het gebruik van de woning’.
Om dit verzoek kracht bij te zetten, kan het nuttig zijn om een huisbezoek te organiseren met een gespecialiseerde vereniging. Sommige verenigingen van Netwerk Wonen voeren huisbezoeken uit en stellen een rapport ter beschikking voor de verschillende stappen. Voor energie en water kunnen huurders ook terecht bij het Steunpunt SocialEnergie.
Een inschakeling van de DGHI kan tot een onmiddellijk verhuurverbod leiden, wat betekent dat de huurder op straat komt te staan. Andere acties zijn soms dus meer aangewezen.
Als de huurder zijn of haar woning verliest naar aanleiding van een verhuurverbod door de DGHI, kan er een beroep gedaan worden op de nieuwe ‘begeleidingstoelage voor herhuisvesting’ (BVH).
Bescherming van de huurder: nieuwe normen
Een andere ordonnantie legt een aantal normen op met als doel de gezondheid van woningen te waarborgen en tegelijk de huurder te beschermen[2]. Meer bepaald kijken we naar de volgende normen:
- Huurders die klacht indienen bij de DGHI (Gewestelijke Huisvestingsinspectie), worden gedurende de volledige procedure beschermd en kunnen dus niet door de verhuurder uit de woning gezet worden[3] (bescherming tegen vergeldingen)
- Als de DGHI beslist dat de woning niet verhuurd mag worden, kan de vrederechter:
- een andere oplossing vinden waarbij de huurder niet uit de woning gezet wordt (afschaffing van de ‘aard van rechtswege’ van de nietigheid of het verval van de huurovereenkomst);
- de verhuurder verplichten om de kosten voor herhuisvesting op zich te nemen (verhuizing, vervoer van meubilair, verhuizing naar de nieuwe woning, verschil tussen de oude en nieuwe huurprijs gedurende 18 maanden) als het verhuurverbod te wijten is aan een fout van de verhuurder en de huurovereenkomst onterecht beëindigd werd of ongeldig is[4].
Impact op de gezondheid van mensen
De slechte kwaliteit van woningen veroorzaakt onmiskenbare problemen voor de fysieke en mentale gezondheid van de bewoners[5]. Een gezonde woning is dus van fundamenteel belang.
In het Brussels Gewest woont 32% van de bevolking in een woning met ernstige gebreken, zoals vochtproblemen, lekkende daken, te weinig licht of geen persoonlijke sanitaire voorzieningen voor het huishouden in kwestie.
16% van de Brusselse woningen kampt met minstens twee van de volgende negen problemen:
- Geen douche
- Geentoilet
- Geen warm water
- Schimmel/vocht
- Rot houtwerk
- Enkele beglazing
- Draagbare verwarming of geen verwarming
- Moeilijk af te koelen in de zomer
- Moeilijk te verwarmen in de winter[6].
Als je voor een bepaald dossier graag ondersteuning krijgt, kan je van maandag tot vrijdag tussen 9.30 en 16.30 uur contact met ons opnemen op 02/526.03.00 of via socialenergie@fdss.be.
[1] Artikel 4 van de Brusselse Huisvestingscode.
[2] Ordonnantie van 4 april 2024 tot wijziging van de Brusselse Huisvestingscode met het oog op de verwezenlijking van het recht op huisvesting
[3] Zie artikel 7, §2, derde lid van de Brusselse Huisvestingscode: “[…] heeft [de opzegging] slechts uitwerking met terugwerkende kracht indien de Gewestelijke Inspectiedienst bevestigt dat de woning waarvoor een klacht werd ingediend, conform is.”
[4] Artikel 219, § 6 van de Brusselse Huisvestingscode.
[5] https://www.institut-solidaris.be/wp-content/uploads/2023/10/Rapport-Complet-Thermo-logement-min.pdf
[6] chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://www.vivalis.brussels/sites/default/files/2025-04/Energiedeprivatie_Brussel_2025_NL_finaal.pdf



