Normen voor verwarmingsinstallaties en warmwaterinstallaties
Bijgewerkt op: 21/01/2026
De normen voor verwarmingsinstallaties en installaties voor sanitair warm water worden in het Brussels Gewest bepaald door twee regelgevingen:
- Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2023 tot bepaling van de elementaire verplichtingen inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting van de woningen. Dit besluit is op 1 januari 2026 in werking getreden en vervangt en annuleert het besluit van 4 september 2003.
- De Ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing en verschillende besluiten tot vastlegging van de toepassing van de EPB-wetgeving (Energieprestatiecertificaat).
Over het algemeen moeten de verwarmings- en warmwaterinstallaties “conform zijn aan de geldende normen en goed worden onderhouden, zodat de veilige werking ervan in de woning, de gemeenschappelijke ruimten en de omgeving gewaarborgd blijft”[1].
[1] Art. 2, §5 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2023 tot bepaling van de elementaire verplichtingen inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting van de woningen.
1. De woning moet uitgerust zijn met een (gemeenschappelijke of individuele) verwarmingsinstallatie met genoeg vermogen om de volledige woning op een voldoende hoge temperatuur te verwarmen[2]. De voorwaarden zijn niet nader gedefinieerd en er bestaan geen explicietere normen ter zake.
Werkelijke temperatuur en gevoelstemperatuur
De werkelijke temperatuur komt niet altijd overeen met de gevoelstemperatuur of de temperatuur zoals die ervaren wordt door mensen. Zo kampen slecht geïsoleerde woningen met luchtstromen of veel vocht, wat de gevoelstemperatuur kan beïnvloeden. Of de temperatuur voldoende hoog is, hangt dus sterk af van de temperatuur zoals die ervaren wordt door de betrokkene, en dat kan moeilijk in een norm vastgelegd worden. Daarnaast is het belangrijk om de woning altijd minimaal te verwarmen: een niet- of onvoldoende verwarmde woning wordt snel vochtig, wat de toestand van de woning aantast.
2. Met uitzondering van ruimten van minder dan 4 m² en ingesloten ruimten in het midden van de woning[3] moeten alle ruimten beschikken over:
- ofwel radiatoren die aangesloten zijn op een centrale verwarmingsinstallatie;
- ofwel vaste verwarmingstoestellen (bijvoorbeeld convectoren maar met uitgebreide veiligheidsmaatregelen – zie kader);
- ofwel een elektrisch verwarmingstoestel dat aan de muur bevestigd is en gevoed wordt door een voldoende sterk elektriciteitscircuit;
- ofwel een systeem met gecontroleerde heteluchtcirculatie.
Sinds 1 januari 2026 zijn er nieuwe veiligheidsmaatregelen[4]:
Er zijn te veel woningen met een risico op CO-vergiftiging.
De nieuwe wetgeving heeft als doel om het gevaar van ‘type B’-apparaten te beperken, die hun luchttoevoer uit de directe omgeving halen. De wetgeving beoogt een snellere vervanging van deze toestellen door gesloten aardgastoestellen van ‘type C’, die hun luchttoevoer uit de buitenlucht halen.
– Gastoestellen van type B zijn verboden in slaapkamers.
– Gastoestellen van type B in andere ruimten in de woning mogen behouden blijven op voorwaarde dat de luchttoevoer en de afvoer van de verbrandingsproducten voldoen aan de geldende normen.
– Toestellen die niet aan de regels aangepast kunnen worden, moeten worden gedemonteerd, uit de woning verwijderd en vervangen door toegestane toestellen die aan de geldende normen voldoen.
3. Het is wettelijk verplicht om verwarmingsinstallaties en verwarmingsketels regelmatig te laten onderhouden door een erkend technieker.
- Voor installaties en verwarmingsketels op stookolie (hout of steenkool):
Een jaarlijks onderhoud met een onderhoudscertificaat is wettelijk verplicht. Ook de schoorsteen en afvoerbuizen moeten jaarlijks gecontroleerd worden als preventiemaatregel tegen risico’s op (schoorsteen)brand, aangetoond door een certificaat of, als dat niet mogelijk is, door een factuur.
- Voor installaties en verwarmingsketels op gas:
Een tweejaarlijks onderhoud is wettelijk verplicht. Dit onderhoud omvat ook de revisie van de gasafvoerbuizen.
Bepalingen in het huurcontract
Als het huurcontract vaker onderhoud vereist dan wettelijk verplicht, moet de huurder zich aan de verplichting in het huurcontract houden. Met de ondertekening van het huurcontract verbindt de bewoner zich ertoe om deze bepalingen te respecteren. Schrijft het huurcontract echter een minder frequent onderhoud voor dan wettelijk verplicht, dan moet de huurder de wettelijke termijn naleven. De wettelijk voorgeschreven onderhoudsfrequentie geldt dus als absoluut minimum.
4. Periodieke EPB-controle
De periodieke EPB-controle garandeert een volledig onderhoud van het toestel: reiniging van de verwarmingsketel en van het afvoersysteem, afstelling van de brander, het op punt stellen van de trekkracht van de schoorsteen, ventilatie van de stookruimte. Bij zo’n onderhoud wordt niet alleen de algemene werking, maar ook het rendement gecontroleerd. Daarnaast wordt bekeken of het toestel aan de veiligheids- en milieunormen voldoet.
Voor een verwarmingsketel of gasboiler dient deze controle om de twee jaar te gebeuren. Voor een stookolieketel of ketel op vaste brandstof zoals hout of pellets moet dit elk jaar gebeuren.
De periodieke controle is ten laste van de huurder, tenzij anders bepaald in het huurcontract.
Deze controle mag enkel uitgevoerd worden door mensen die erkend zijn als EPB-keteltechnieker:
- G1 voor gastoestellen (G2 voor toestellen met groot vermogen)
- L voor stookolietoestellen
Een nieuw verwarmingssysteem moet bij de plaatsing gecontroleerd worden door een EPB-adviseur. Deze controle dient binnen de maand na de ingebruikstelling plaats te vinden, waarna deze adviseur een EPB-ontvangstbewijs opmaakt.
Meer informatie:
- voor de installatie van een verwarmingsketel: https://leefmilieu.brussels/installatie-verwarmingsketel
- over de periodieke controle: https://leefmilieu.brussels/verwarmingsketel
[2] Art. 5, §7 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2023 tot bepaling van de elementaire verplichtingen inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting van de woningen.
[3] Ruimten met een oppervlakte van minder dan 4 m² en ingesloten ruimten in het midden van een woning en zonder buitenvenster hoeven niet per se over een verwarming te beschikken, voor zover ze voldoende verwarmd kunnen worden door de aanpalende ruimtes.
[4] Art. 2, §4 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2023 tot bepaling van de elementaire verplichtingen inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting van de woningen.
In de verhuurde woning zelf moeten er twee warmwaterkranen zijn. Deze kranen moeten dienen voor enerzijds een gootsteen in de ruimte die als keuken gebruikt wordt en anderzijds de douche of het bad[5]. De waterpunten moeten uitgerust zijn met een afvoer en aangesloten zijn op een afvoersysteem voor afvalwater.
Het toestel dat sanitair warm water produceert, moet gekoppeld zijn aan een collectieve of individuele installatie voor de productie en verdeling van sanitair warm water[6].
De loutere aanwezigheid van voorbereidende apparatuur is niet meer toegestaan.
Alle toestellen voor de productie van warm water moeten in correct werkende toestand zijn op het ogenblik dat de huurder de woning betrekt. Deze toestellen moeten regelmatig een onderhoud krijgen (ontkalking van de boilers, enz.). Het huurcontract beschrijft normaal gezien hoe vaak het onderhoud dient te gebeuren en wie dit moet laten uitvoeren (eigenaar of huurder). Standaard moet zo’n onderhoud op jaarbasis gebeuren.
De regelmatige controle geldt ook voor toestellen die warm water produceren.
Temperatuurafstelling van de boiler
De aanbevolen temperatuur voor accumulatieboilers (bijvoorbeeld elektrische boilers) ligt tussen 55 en 60°C. Bij een te lage temperatuur stijgt het risico op legionella (aanwezigheid van bacteriën en microben in het water), terwijl er bij een overdreven hoge temperatuur sneller kalkaanslag ontstaat.
Over het algemeen moeten de verwarmingsinstallaties en warmwaterinstallaties met het oog op een veilige werking aan de specifieke geldende technische normen voldoen en goed onderhouden worden (zowel in de woning zelf als in de gemeenschappelijke ruimten en de omgeving).
[5] Art. 5, §3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2023 tot bepaling van de elementaire verplichtingen inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting van de woningen.
[6]Art. 5, §4 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2023 tot bepaling van de elementaire verplichtingen inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting van de woningen.
- Wat is het vermogen van de verwarmingsketel? Het vermogen van de ketel wordt bepaald door de temperatuur die nodig is om een woning te verwarmen en op de gewenste temperatuur te houden. Dit vermogen wordt bepaald volgens het warmteverlies, wat betekent dat de woning op bepaalde momenten tijdens de dag verwarmd wordt, maar continu afkoelt. Elke ‘verloren’ graad warmte moet gecompenseerd worden met meer energie, waarbij de ketel dus ‘extra inspanningen’ moet leveren: een nauwkeurige berekening moet rekening houden met alle warmteverliezen van de woning.
- Een overdreven grote ketel? Veel woningen beschikken over een te grote verwarmingsketel. Dit betekent dat ze meer verwarmingsvermogen leveren dan nodig is voor de woning. Het is belangrijk om een juist evenwicht te vinden. Hoe krachtiger een verwarmingsketel, hoe hoger de aankoopprijs en het energieverbruik. Verwarmingsketels zijn ‘standaard’ vaak te groot om zeker te zijn dat niet-geraamde warmteverliezen gecompenseerd worden.
Raadpleeg voor meer informatie de infofiche ‘Het vermogen van verwarmingsketels CH03’ van Leefmilieu Brussel.
Het onderhoud van verwarmingstoestellen en warmwaterinstallaties is zeer belangrijk. Dit onderhoud zorgt ervoor dat:
- het toestel goed werkt;
- men niet zonder verwarming valt;
- er minder veiligheids- en gezondheidsrisico’s zijn.
De beste periode voor het onderhoud van het verwarmingstoestel is vlak voor de winter (dus voordat de verwarming aangaat). Tijdens de zomerperiode heeft het systeem een zestal maanden niet gewerkt. Door het toestel in het najaar te laten onderhouden, is de kans kleiner dat men in de volle winter zonder verwarming komt te zitten.
Isolatie van de leidingen
Het is van essentieel belang om de leidingen en buizen van de verwarmingsketel te isoleren. De isolatie van deze buizen leidt tot een aanzienlijk lager energieverbruik. Volgens de nieuwe EPB-vereisten (2011) is de eigenaar verantwoordelijk voor de isolatie van deze buizen, vanaf het moment dat de verwarmingsketel geleverd wordt.

