Toevlucht & Klachten

Bevoegdheden en algemene informatie

Bijgewerkt op: 12/05/2026

Als een conflict over energie of huisvesting niet zonder tussenkomst van justitie opgelost kan worden, kan een gebruiker in een gerechtelijke procedure terechtkomen. Voor dit soort zaken is meestal de vrederechter bevoegd. In sommige gevallen zijn ook andere instanties bevoegd, zoals de arbeidsrechtbank of de rechtbank van eerste aanleg.

Bevoegdheden van de verschillende instanties

A. De vrederechter:

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is enkel de vrederechter bevoegd voor openbare dienstverplichtingen met betrekking tot de levering van gas, elektriciteit en water, en voor de invordering van energie- of waterfacturen. Alle geschillen tussen een leverancier en een consument worden dus door de vrederechter behandeld, ongeacht het betrokken bedrag of het soort geschil.

Ook geschillen over waterlevering worden behandeld door de vrederechter.

B. De arbeidsrechtbank

De arbeidsrechtbank is bevoegd om uitspraak te doen over alle betwistingen van beslissingen van het OCMW. Op het vlak van energie kan het bijvoorbeeld gaan om een weigering:

  • om het Sociaal Waterfonds of het Gas- en Elektriciteitsfonds te laten tussenkomen voor een consument met schulden;
  • om aanvullende terugkerende sociale bijstand te verlenen, zodat de consument hoge energiefacturen kan betalen;
  • om het statuut van beschermde klant toe te kennen.

C. De rechtbank van eerste aanleg

De rechtbank van eerste aanleg treedt op in drie gevallen:

  • Om te beslissen over een beroep tegen uitspraken van een vrederechter, op voorwaarde dat het om bedragen van meer dan 2.000 euro gaat. Er kan geen hoger beroep ingesteld worden tegen een vonnis van de vrederechter wanneer het bedrag 2.000 euro of minder bedraagt.
  • Om te beslissen over energiekwesties wanneer het gaat om bedragen van meer dan 5.000 euro, die geen betrekking hebben op ‘openbare dienstverplichtingen’ voor de levering van gas, elektriciteit en water, zoals bepaald in de ordonnanties, noch op de invordering van energie- of waterfacturen, aangezien voor deze twee gevallen alleen de vrederechter bevoegd is.
  • Om te beslissen over een dringend geschil: de zaak kan in kort geding voorgelegd worden aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.

Gerechtskosten

Aan een gerechtelijke procedure zijn kosten verbonden. Die worden meestal aangerekend aan de partij die de zaak verliest, en worden de gerechtskosten genoemd. Concreet omvatten deze kosten alle registratie-, verzendings- en expertisekosten, evenals de rechtsplegingsvergoeding, die een deel van de advocaatkosten van de winnende partij dekt.

De rechtsplegingsvergoeding is wettelijk geregeld. De wet bepaalt verschillende situaties die een invloed hebben op het bedrag dat de gebruiker moet betalen.

  1. Het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding is nihil
    Gebruikers moeten geen rechtsplegingsvergoeding betalen als ze akkoord gaan met de eis van de leverancier of van Sibelga en de hoofdsom, interesten en kosten betalen voordat de zaak op de rol gezet wordt, dus voordat ze op de agenda van de rechtbank komt.
  2. De rechtsplegingsvergoeding bedraagt een kwart van de basisvergoeding
    Dat is het geval wanneer de gebruiker de hoofdsom, interesten en kosten betaalt nadat de zaak op de rol gezet is, maar voordat de zaak gepleit wordt.
  3. Het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding is minimaal
    Verschijnt de gebruiker niet op de zitting, dan wordt de betrokkene in principe veroordeeld tot betaling van de minimale rechtsplegingsvergoeding.

Het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding ligt vast in een koninklijk besluit
Het koninklijk besluit bepaalt het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding alleen wanneer de zaak effectief gepleit wordt. Het bedrag van de vergoeding hangt ook af van het bedrag dat betrokken is bij het geschil. Op vraag van de gedagvaarde persoon kan de vrederechter de rechtsplegingsvergoeding verlagen.

De bedragen van de rechtsplegingsvergoeding worden jaarlijks geïndexeerd volgens artikel 8 van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007:
Art. 8. De basis-, minimum- en maximumbedragen bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4 zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. Het aanvangsindexcijfer is dat van de maand maart 2007 (basis 2004). De geïndexeerde bedragen blijven ongewijzigd tot en met de maand waarin een nieuw indexcijfer van minstens 10 punten naar boven of naar beneden sinds de laatste indexering is bereikt.

Naast deze kosten moet de veroordeelde persoon ook verwijlintresten betalen op de bedragen die de leverancier eist, evenals gerechtelijke interesten. Die laatste beginnen te lopen vanaf de datum van het vonnis.

Naar de zitting gaan?

Moet men gebruikers aanraden om aanwezig te zijn op de zitting als ze opgeroepen worden?

Dit zijn de gevolgen van beide opties:

  • Niet gaan
    Als de opgeroepen persoon niet naar de zitting komt, zal de rechtsplegingsvergoeding minimaal zijn, maar kan er geen regeling getroffen worden over een afbetalingsplan. Als de leverancier of Sibelga vraagt om het contract te beëindigen, dan zal de rechter dat normaal gezien toestaan, tenzij die vraag strijdig is met de openbare orde
  • Wel gaan
    Wie wel naar de zitting gaat, riskeert een hogere rechtsplegingsvergoeding – al kan aan de rechter gevraagd worden om die te verlagen – maar krijgt wel de kans om gehoord te worden en afspraken te maken. Bovendien kan de betrokkene de procedure of het gevorderde bedrag betwisten als dat nodig zou zijn.

In dossiers over gas, elektriciteit en water verschijnen veel opgeroepen personen niet op de zitting, waardoor ze bij verstek veroordeeld worden. Sommige mensen denken waarschijnlijk dat ze toch veroordeeld zullen worden en zien daarom geen nut in hun aanwezigheid.

Toch loont het vaak om wel aanwezig te zijn. Het kan ervoor zorgen dat onterecht aangerekende invorderingskosten van de energieleverancier of watermaatschappij geschrapt worden, dat een mildere uitspraak verkregen wordt of dat uitstel of verwijzing naar de rol gevraagd wordt. Die extra tijd kan gebruikt worden om de verdediging voor te bereiden wanneer de schuld of de beëindiging van het contract betwist wordt. Het geeft ook de kans om – als de persoon daar vóór de zitting geen tijd voor had – alsnog een oplossing te vinden, eventueel met de hulp van het OCMW, om een veroordeling te vermijden.

Goed om te weten
Als de gebruiker de regelmatigheid van de procedure, het gefactureerde bedrag of de meterstanden betwist, is het belangrijk om alle beschikbare bewijsstukken mee te brengen. Je kan ook helpen bij de voorbereiding van de verdediging. Als de leverancier niet geantwoord heeft op eerdere vragen van de gebruiker, kan dat ook in diens voordeel spelen.
De advocaten van leveranciers kennen het dossier vaak maar oppervlakkig en hebben niet altijd alle documenten mee. Daarom kan het nuttig zijn dat de gebruiker de facturen en ingebrekestellingen opvraagt bij de advocaat van de leverancier. In veel gevallen zal de rechter de zaak dan uitstellen naar een latere zitting.

[1] Artikel 806 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter bij een verstekvonnis moet ingaan op de vraag of het verweer van de aanwezige partij, tenzij dat strijdig zou zijn met de openbare orde. Het is aan de rechter om te bepalen wat onder de openbare orde valt. Tot de openbare orde behoort alles wat essentieel is voor de belangen van de overheid of de gemeenschap, evenals alles wat in het privaatrecht de juridische grondslagen bepaalt waarop de economische of morele orde van de samenleving steunt. Een duidelijk ongegronde vordering of verdediging toestaan, is in strijd met de openbare orde. Ook wanneer de gebruiker niet aanwezig is op de zitting, kan de rechter weigeren om een energieafsluiting toe te staan als die rechter weet dat een kwetsbare persoon daardoor ernstig getroffen zou worden (bijvoorbeeld een jong kind of een oudere persoon).