De arbeidsrechtbank
Bijgewerkt op: 02/06/2026
De arbeidsrechtbank is bevoegd om uitspraak te doen over alle betwistingen van beslissingen van het OCMW. Op het vlak van energie kan het bijvoorbeeld gaan om een weigering:
- om het Sociaal Waterfonds of het Gas- en Elektriciteitsfonds te laten tussenkomen voor een consument met schulden;
- om aanvullende terugkerende sociale bijstand te verlenen zodat de consument hoge energiefacturen kan betalen;
- om het statuut van beschermde klant toe te kennen.
Elke kamer van de arbeidsrechtbank bestaat uit een voorzitter, twee sociale rechters en het openbaar ministerie. De voorzitter is een beroepsmagistraat, terwijl de twee sociale rechters dat niet zijn[1]. In hoger beroep is het arbeidshof bevoegd.
De procedure is bedoeld om de toegang tot de rechtbank zo eenvoudig mogelijk te maken:
- De procedure is vereenvoudigd. De zaak kan ingeleid worden via een eenvoudige schriftelijke brief die neergelegd wordt op de griffie of per aangetekende zending verstuurd wordt. Die brief wordt een verzoekschrift genoemd en hoeft niet gemotiveerd te zijn om geldig te zijn. De griffie beschikt over voorgedrukte formulieren die enkel nog ingevuld moeten worden.
- De procedure is gratis. De procedurekosten worden altijd gedragen door de socialezekerheidsinstelling, ook wanneer de gebruiker/consument in het ongelijk gesteld wordt (behalve bij een tergende of roekeloze vordering). Met andere woorden, de rechtsplegingsvergoeding blijft altijd ten laste van het OCMW. De erelonen van de eigen advocaat blijven wel ten laste van de gebruiker/consument, al zullen de meesten wellicht recht hebben op geheel of gedeeltelijk kosteloze juridische bijstand afhankelijk van hun inkomen.
- De procedure wordt voorbereid en opgevolgd door het arbeidsauditoraat, samengesteld uit ‘onderzoekende’ magistraten (de arbeidsauditeurs) die mondeling of schriftelijk advies geven om de rechtbank te informeren.
- De beroepsrechter speelt een actieve rol tijdens de zitting en stelt vaak veel vragen aan de rechtzoekenden.
- Rechtzoekenden kunnen bijgestaan of vertegenwoordigd worden door een advocaat, door een vertegenwoordiger van hun vakbond (voor wie aangesloten is bij een vakbond), door hun echtgenoot/echtgenote, een bloedverwant of aanverwant met een schriftelijke volmacht.
Meer informatie over een procedure bij de arbeidsrechtbank is te vinden in het artikel van Y. Martens, ‘Les tribunaux : un espoir de justice sociale ?’, gepubliceerd in het tijdschrift Ensemble (nummer 92, december 2016 – maart 2017). Daarin worden onder meer de juridische permanenties van L’Atelier des Droits Sociaux (02/512 02 90) aanbevolen, evenals van het Collectif Solidarité Contre l’Exclusion, dat met de dienst ‘Infor Droits’ gratis ondersteuning biedt aan mensen die steun aanvragen bij het OCMW. Contact: 02 535 93 57 – contact@infordroits.be.
[1] Eén sociale rechter vertegenwoordigt de werknemers (arbeiders en bedienden), de andere de werkgevers. Zij worden aangeduid door hun representatieve organisaties (vakbonden en werkgeversfederaties).



