Normen aangaande vochtigheid, parasieten, verluchting en bezetting
Bijgewerkt op: 02/06/2026
De Brusselse normen[1] preciseren dat er in de woning:
- geen vochtigheid aanwezig mag zijn die zichtbare beschadigingen veroorzaakt, zoals vlekken, vloeisporen, blazen, aantasting van materialen binnen of buiten de woning;
- geen schimmel aanwezig mag zijn.
Zo wordt het volgende bepaald: “In de volgende gevallen worden de elementaire gezondheidsverplichtingen niet nageleefd:
- als er vochtinfiltratie is die wordt veroorzaakt door gebrekkige waterdichtheid van het dak of toebehoren ervan, de muren of het buitenschrijnwerk, of door gebrekkige waterdichtheid van de sanitaire installaties, de afvoer van regenwater of de verwarming van de woning zelf of van een andere woning;
- als er vochtopstijging in de muren of via de vloeren is;
- als er condensatie is die wordt veroorzaakt door de bouwvormen van het gebouw, onder normale gebruiksvoorwaarden, dit wil zeggen als het aantal aanwezigen in de woning niet overdreven groot is en als de vochtproductie aangepast is aan de bestemming van de lokalen, met normale verluchting voor het afvoeren van de vochtigheid.”
Meer informatie over vochtigheid en schimmel is te vinden op deze pagina van onze website.
[1] Artikel 3, §2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2023.
De gewestelijke normen[2] preciseren dat de woning, de gemeenschappelijke ruimten en de omgeving vrij moeten zijn van zwammen, parasieten, insecten, vogels of knaagdieren die gevaarlijk of schadelijk zijn voor de gezondheid van de bewoners. De aanwezigheid van de zwammen, parasieten, insecten, vogels of knaagdieren moet bij normale gebruiksvoorwaarden van de woning, de gemeenschappelijke ruimten en de omgeving beoordeeld worden.
[2] Artikel 3, §3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2023.
Wat betreft de gezondheidsvoorschriften inzake verluchting bepaalt de Brusselse regelgeving[3] dat de bewoonbare lokalen in de woning[4] en de badkamers, douchekamers en toiletten moeten beschikken over een basisverluchting die verwezenlijkt wordt door:
- 1° hetzij een raam dat opent op de buitenlucht;
- 2° hetzij een afvoer van de verontreinigde lucht via een opening die uitgeeft op de buitenlucht of op een leiding die met de buitenlucht verbonden is.
De opening moet voorzien zijn van een rooster of debietregelingsmechanisme.
Als de verluchtingsopening rechtstreeks uitgeeft op de buitenlucht moet het rooster of de debietregelingsmechanisme afsluitbaar zijn;
- 3° hetzij een mechanische afvoer van de verontreinigde lucht door middel van een goed werkende elektrische ventilator die rechtstreeks uitgeeft op de buitenlucht of op een leiding die met de buitenlucht verbonden is;
- 4° hetzij een gecontroleerd mechanisch ventilatiesysteem (of GMV), waarbij gebruikte lucht uit een of meer ruimten met behulp van een externe motor afgezogen wordt via ventilatiekanalen die naar buiten leiden.
Voor de gevallen 2°, 3° en 4° wordt de gezondheidsverplichting inzake ventilatie als vervuld beschouwd als het minimale nominale ventilatiedebiet 75 m³/uur bedraagt voor een living, 50 m³/uur voor een keuken, douchekamer of badkamer en 25 m³/uur voor een slaapkamer of toilet.
De toevoer van frisse lucht in gelijke hoeveelheid als de afgevoerde lucht moet verzekerd zijn.
Ongeacht het gebruikte ventilatiesysteem moet de buitenuitgang van de ventilatieopening of het ventilatiekanaal voorzien zijn van een rooster dat bescherming biedt tegen ongedierte en, als het naar de hemel gericht is, tegen weersomstandigheden.
Elk basisventilatiesysteem moet ononderbroken kunnen functioneren zonder gevaar voor indringing in de woning.
De dampkap in een keuken kan in geen geval beschouwd worden als een basisvoorziening voor de verluchting van dat vertrek.
Er gelden uitzonderingen op deze regels in het geval van een opeenvolging van vertrekken[5].
De Brusselse regelgeving[6] bepaalt bovendien dat het raamwerk van de vensters die zorgen voor de lichtinval en verluchting van de woning, zich in goede staat moeten bevinden, gemakkelijk geopend en gesloten moeten kunnen worden en waterdicht moeten zijn in gesloten toestand. Het glas dient zich in goede staat te bevinden.
Meer informatie over de normen inzake vensters is te vinden op deze pagina van onze website.
[3] Artikel 3, §5 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2023.
[4] Onder ‘bewoonbare lokalen’ verstaan we de vertrekken en ruimten in de woning die bestemd zijn voor het voldoen aan de essentiële dagelijkse behoeften, namelijk slapen, koken, eten en wonen (artikel 1, §1, 3°, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2023).
[5]“Er kan van de verluchtingsverplichting worden afgeweken voor het middenvertrek van een opeenvolging van vertrekken, op voorwaarde dat dit vertrek via minstens één openende deur verbonden is met een vertrek voorzien van een op de buitenlucht openend raam, en op voorwaarde dat zowel het centrale vertrek als het voorgelegen vertrek, welk voorzien is van een openend raam dat in verbinding staat met de buitenlucht, geen badkamer, doucheruimte of wc is en dat het middenvertrek geen keuken is.” (Artikel 3, §5, laatste lid van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2023)
[6] Artikel 3, §6 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2023.
De gewestelijke regelgeving[7] bepaalt dat de minimale oppervlakte van de woning, in functie van het aantal bewoners dat er permanent in verblijft bij het sluiten van de oorspronkelijke huurovereenkomst, als volgt vastgesteld wordt:
18 m² per persoon + 10 m² per extra persoon, ofwel
- 28 m² voor twee personen
- 38 m² voor drie personen
- 48 m² voor vier personen
- 58 m² voor vijf personen
- …
Bovendien moeten de bewoonbare lokalen minstens 70% van de oppervlakte van de woning innemen. Onder ‘bewoonbare lokalen’[8] verstaan we de vertrekken en ruimten in de woning die bestemd zijn voor het voldoen aan de essentiële dagelijkse behoeften, namelijk slapen, koken, eten en wonen.
[7] Artikel 4, §2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2023.
[8] Artikel 1, §1, 3° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 november 2023.



