Water en energie: de eerste aanmaningen zouden kosteloos moeten zijn
Bijgewerkt op: 23/06/2026
Dit artikel is voor het eerst gepubliceerd in december 2025. Bijgewerkt in juni 2026.
Sinds juni 2025 rekent Vivaqua aanmaningskosten aan voor maandelijkse facturen die onbetaald blijven, terwijl zo’n aanmaning vroeger kosteloos was. Deze verandering baart zorgen, aangezien de waterfactuur daardoor stijgt, terwijl water een basisgoed is dat voor iedereen betaalbaar moet blijven.
Vivaqua rechtvaardigt haar nieuwe beleid door zich te baseren op de Brusselse ordonnantie tot regeling van de drinkwatervoorziening via het waterleidingnet[1] die een maximumbedrag vastlegt[2] voor elke aanmaning.
Deze manier van redeneren gaat in tegen het (federale) Wetboek van economisch recht, dat bepaalt dat de eerste drie aanmaningen kosteloos zijn.
Gezien deze tegenstrijdigheid tussen de twee wetteksten moet de tekst toegepast worden die de consument de meeste bescherming biedt.
Het gevolg van deze interpretatie is dat elke bepaling in het Wetboek van economisch recht en in de gewestelijke ordonnanties (inzake water, maar ook inzake gas en elektriciteit) nagekeken moet worden om te weten welke van toepassing is. Het Steunpunt voor de Diensten Schuldbemiddeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft dit uitgezocht en bundelt de geldende regels voor schulden rond elektriciteit, gas, water en telecommunicatie in overzichtstabellen.
In geval van aanmaningen voor onbetaalde waterfacturen bepaalt het Wetboek van economisch recht dat de aanmaningen voor drie onbetaalde termijnen per kalenderjaar kosteloos zijn.
Deze analyse wordt gedeeld door onder andere het Steunpunt SocialEnergie (CASE), het Steunpunt voor de Diensten Schuldbemiddeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Brulocalis.
Brulocalis heeft Brugel bevraagd over deze kwestie. In 2025 viel het antwoord in lijn met onze mening, want Brugel heeft onze analyse twee keer bevestigd (op 16 juni en 7 november 2025). Zoals Brugel opmerkte: “Aangezien consumentenbescherming een kaderbevoegdheid is van de federale overheid, moeten deze bepalingen worden beschouwd als het vastleggen van een minimumnorm die door de andere gewesten moet worden gerespecteerd indien zij specifieke bepalingen voorzien binnen hun eigen bevoegdheden. De gewesten kunnen dus effectief bijkomende bepalingen vastleggen om de consument beter te beschermen, maar kunnen niet ingaan tegen het minimumkader dat de federale overheid vastgelegd heeft.”[3] Brugel verduidelijkt dat het deze principes logischerwijs zal toepassen binnen zijn Geschillendienst.
Brugel lijkt zijn standpunt intussen gewijzigd te hebben, althans voor de invordering van waterfacturen. In zijn advies van 22 april 2026 stelt BRUGEL dat het Wetboek van economisch recht hier niet van toepassing is, omdat Vivaqua een openbare instelling is die een taak van algemeen belang uitvoert door drinkwater te leveren. Volgens BRUGEL geldt bij de invordering van een waterfactuur alleen de Brusselse waterordonnantie, die voorziet in aanmaningskosten.
Deze betwistbare redenering leidt paradoxaal genoeg tot de toepassing van een minder beschermend juridisch kader voor de consument of gebruiker, terwijl de levering van drinkwater net een taak van algemeen belang is.
Voor energieschulden wijst Brugel in zijn advies van 22 april 2026 er wel op dat, wanneer twee rechtsregels niet verenigbaar zijn, voorrang gegeven moet worden aan de regel die de consument het meest beschermt. Daarom past Brugel voor energieschulden het Wetboek van economisch recht toe, dat voorziet in drie kosteloze herinneringen per kalenderjaar.
Voor meer duidelijkheid zou de Brusselse wetgever ook de Brusselse ordonnanties inzake energie en water moeten aanpassen door op zijn minst te preciseren dat de gewestelijke bepalingen betreffende de invordering van water- en energieschulden van toepassing zijn onverminderd Boek XIX ‘Schulden van de consument’ van het Wetboek van economisch recht.
[1] Ordonnantie van 8 september 1994.
[2] Maximumbedrag van 5,77 euro exclusief verzendingskosten (geïndexeerd bedrag).
[3] Deze informatie werd door Brugel verstrekt in het kader van e-mailverkeer tussen organisaties.



