< Terugkeer

Van een abnormaal hoge factuur tot de afsluiting van een woning

Bijgewerkt op: 15/06/2026

We kregen een vraag van een maatschappelijk werker in een vereniging. Een huurder heeft moeite met het betalen van zijn elektriciteitsfactuur, die voor een alleenstaande abnormaal hoog lijkt. De maatschappelijk werker had het verbruik al geanalyseerd en informatie opgezocht over de woning en de aanwezigheid van elektrische apparaten. Dat blijken er zeer weinig te zijn.

De bewoner gaat snel in op onze vraag om enkele tests uit te voeren. Om te weten of er al dan niet sprake is van een structureel probleem, besluiten we ter plaatse een kijkje te gaan nemen.

Daar stellen we meteen vast dat het om een zeer krappe woning gaat, die bovendien in slechte staat is. De huurprijs bedraagt 850 euro, in onze ogen een onredelijk bedrag.

Bij het controleren van de elektrische installatie stellen we al gauw vast dat de individuele meter niet alleen gebruikt wordt voor de woning zelf, maar ook voor de gemeenschappelijke delen van het gebouw en voor een andere ingerichte ruimte in de kelder, die blijkbaar als woning gebruikt wordt.
Alles wijst erop dat er in de kelder van deze ‘woning’ erg kwetsbare mensen in een situatie van grote bestaansonzekerheid verblijven.

Hoewel de initiële vraag een mogelijk te hoog elektriciteitsverbruik betrof, besluiten we alle elektrische en gasinstallaties van het gebouw onder de loep te nemen.

We treffen er een gasconvector aan die niet aan de regels voldoet en een groot risico op koolstofmonoxidevergiftiging vormt.

Gezien de toestand van de installaties voeren we een test uit en zien we dat het verbruik van de gasmeter in enkele minuten tijd oploopt, terwijl alle toestellen uitstaan. Daarnaast nemen we in de kelder een geur waar. We moeten dus concluderen dat er sprake is van een gaslek met mogelijk ontploffingsgevaar.

Beide elementen houden een onmiddellijk risico voor de bewoners en hun gezondheid in.

Bovendien voldoen de leefomstandigheden van het gebouw niet aan de minimale hygiënevoorschriften. Zo is er een schrijnend gebrek aan natuurlijk licht en verluchting. De woning telt één raam van enige omvang, waarvan het luik trouwens kapot is en dichtstaat. Doordat het niet geopend kan worden, kan de woning onmogelijk voldoende verlucht worden.

Al deze vaststellingen laten weinig twijfel over de leefbaarheid van de woning en versterken de hypothese dat er sprake is van huisjesmelkerij. (Het thema huisjesmelkerij kwam aan bod in dit artikel.)

Gezien de situatie gaan we over tot een snelle, gecoördineerde reactie in samenwerking met de maatschappelijk werker en het OCMW.
Het OCMW neemt contact op met de gemeente met het oog op een procedure om de woning te laten afsluiten.

Daarnaast wordt er contact opgenomen met Sibelga om de installatie te beveiligen door de gastoevoer af te sluiten, waarop de gasmeter verzegeld wordt.

Gelukkig vond de huurder op vrij korte termijn een andere woning, wat vrij uitzonderlijk is.
Veel bewoners in gelijkaardige situaties beschikken niet over een onmiddellijk alternatief en zien geen andere oplossing dan in een gevaarlijke en onleefbare woning te blijven wonen.

Als we in dit geval vlug konden schakelen, is dat enkel en alleen te danken aan het feit dat alle betrokken partijen vlot meewerkten. De huurder zocht actief mee naar oplossingen en de maatschappelijk werker trof de juiste voorbereidingen.
Hierdoor konden we een nauwkeurige diagnose stellen, de risico’s correct inschatten en snel de nodige middelen in te zetten om de persoon in kwestie te beschermen.