Toevlucht & Klachten

Naar de vrederechter stappen

Bijgewerkt op: 12/05/2026

Het vredegerecht is een burgerlijke rechtbank die onder meer geschillen behandelt over familiale zaken, burenconflicten, huisvesting, enz. Het is ook bevoegd voor geschillen inzake energie en water.

Voor energiezaken geldt dat als het geschil geen verband houdt met de ‘openbare dienstverplichtingen’ voor de levering van gas, elektriciteit of water, zoals vastgelegd in de ordonnanties, of met de invordering van energie- of waterfacturen, dan is de vrederechter alleen bevoegd wanneer het bedrag van het geschil minder dan 5.000 euro is. Gaat het om een hoger bedrag, dan moet men zich wenden tot de rechtbank van eerste aanleg.

Iedereen kan naar de vrederechter stappen bij een conflict tussen een leverancier en een consument, of tussen een huurder en een eigenaar. Er gelden geen bijzondere voorwaarden. De bevoegde vrederechter is die van de plaats waar de betrokken woning of het betrokken goed zich bevindt.

Waarom naar de vrederechter stappen?

Gebruikers kunnen naar het vredegerecht stappen om:

  1. Een verzoening te verkrijgen

Een verzoening is een gratis procedure waarvoor geen advocaat nodig is. Het doel is om de partijen tot een akkoord te laten komen. Als de verzoening lukt, kan het akkoord opgenomen worden in een vonnis dat beide partijen moeten naleven. Lukt de verzoening niet, dan kan de klagende partij een rechtszaak aanspannen en dus een gerechtelijke procedure opstarten.

Een verzoening kan apart aangevraagd worden of plaatsvinden vóór een gerechtelijke procedure.

  1. Een rechtszaak aanspannen

Een gerechtelijke procedure gaat gepaard met kosten en bestaat erin dat de zaak aanhangig gemaakt wordt bij de rechtbank. De vrederechter beslist dan over het geschil tussen de betrokken partijen via een vonnis.

Verzoening bij het vredegerecht

De bemiddelende rol van de vrederechter wordt vaak onderschat. Toch kan een verzoening helpen om een lange en dure procedure te vermijden door een akkoord tussen de partijen te proberen bereiken.

De procedure verloopt als volgt:

1. De aanvraag indienen

Om een verzoeningsaanvraag in te dienen, moet de eisende partij (huurder of eigenaar) gaan naar de griffie van het kanton van het vredegerecht waar de woning zich bevindt. De aanvraag kan mondeling of schriftelijk gebeuren.

De aanvraag kan ook per post verstuurd worden. Daarvoor volstaat een gewone brief met de volgende vermeldingen:

  • de naam, de voornaam en het adres van de eisende partij;
  • de identiteit (naam en voornaam) en het adres van de tegenpartij (of tegenpartijen) die opgeroepen moeten worden;
  • een korte beschrijving van de feiten;
  • het doel van de verzoening;
  • het verzoek om de partijen op te roepen met het oog op een verzoening.

2. Oproeping van de partijen

Daarna worden de partijen per aangetekende brief opgeroepen om voor de vrederechter te verschijnen.

3. Resultaat van de verzoening

Een verzoening kan alleen slagen als beide partijen aanwezig zijn en akkoord gaan met de voorstellen van de rechter. Daarbij zijn er twee mogelijke gevallen:

  1. De rechter helpt de partijen een akkoord te vinden dat voor iedereen aanvaardbaar is. Dat akkoord wordt opgesteld door de griffier en ondertekend door de rechter, de griffier en beide partijen. Het heeft dezelfde waarde als een vonnis.
  2. Er wordt geen akkoord bereikt. In dat geval stopt de verzoeningsprocedure en blijft enkel een gerechtelijke procedure mogelijk.

De rechtszaak bij het vredegerecht

Een verzoeningspoging kan mislukken. In dat geval kan de eisende partij nog altijd een gerechtelijke procedure opstarten.

Bij een gerechtelijke procedure moet een ‘rolrecht’ betaald worden. Dat is een belasting die de FOD Financiën aanrekent voor de inschrijving van een zaak op de agenda van een rechtbank. De belasting wordt berekend op basis van gegevens van de FOD Justitie en dient om de kosten van de gerechtelijke procedure te dekken. De rechter beslist in het eindvonnis wie die kosten moet betalen. Voor procedures bij het vredegerecht bedraagt het rolrecht 50 euro[1].

De procedure verloopt als volgt:

1. De aanvraag indienen

Om een rechtszaak bij het vredegerecht op te starten, moet een duidelijke aanvraag ingediend worden bij de griffie van het vredegerecht van het gerechtelijk kanton waar de woning of het huurpand zich bevindt.

De aanvraag kan op drie manieren ingediend worden:

  1. Via een dagvaarding
    Een dagvaarding is een officieel document dat door een gerechtsdeurwaarder bezorgd wordt aan de partij die voor de rechter moet verschijnen.
    Dit is de meest gebruikte, maar ook de duurste procedure: ongeveer 300 euro voor de gerechtsdeurwaarder (de exacte kosten hangen onder andere af van het aantal pagina’s en van de woonplaats van de verweerder), plus 26 euro voor het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand.
    Tussen de betekening van de dagvaarding en de inleidende zitting moeten bovendien minstens acht dagen zitten.
  2. Via een schriftelijk verzoekschrift
    Voor bepaalde soorten geschillen, onder andere rond huur en energie, kan een verzoekschrift gebruikt worden. De wet bepaalt uitdrukkelijk voor welke soorten geschillen de aanvraag via verzoekschrift ingediend kan worden. Geschillen over waterschulden kunnen momenteel enkel via een dagvaarding opgestart worden.
    Deze manier van indienen is niet zo duur. Het verzoekschrift wordt door de eiser of diens advocaat neergelegd op de griffie van het vredegerecht of per post verstuurd. Om het verzoekschrift ontvankelijk te maken, moet 26 euro betaald worden voor het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand. Ook als meerdere eisers samen de procedure opstarten, mag de griffie deze kosten maar één keer aanrekenen.

Documenten en informatie die bij het verzoekschrift gevoegd moeten worden
Het verzoekschrift moet verplicht de identiteit van alle betrokken personen vermelden en duidelijk aangeven welke veroordeling gevraagd wordt. Afhankelijk van de behandelde zaak moeten bijkomende documenten toegevoegd worden aan het verzoekschrift (woonplaatsattest van de tegenpartij, enz.). Voor meer informatie over de vereiste gegevens en documenten neemt men best contact op met de griffie.

  1. Gezamenlijk verzoekschrift
    De partijen (en/of hun advocaten) kunnen samen beslissen om vrijwillig voor de vrederechter te verschijnen. In dat geval leggen beide partijen (en/of hun advocaten) samen een welbepaalde vraag voor aan de rechter. De kostprijs is dezelfde als bij een gewoon verzoekschrift: 26 euro voor het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand.

2. Oproeping, voorbereiding en vertegenwoordiging van de partijen

  1. Oproeping
    De eisende partij krijgt de gegevens van de zitting (datum, plaats en uur). De opgeroepen partij ontvangt die informatie via een gerechtsbrief (bij een verzoekschrift) of via een dagvaarding.
  2. Voorbereiding
    Het is belangrijk om de mensen te ondersteunen bij de voorbereiding van een gerechtelijke procedure. Daarvoor kan je:
    • samen met de gebruiker nagaan of de procedure correct gevolgd werd. De Brusselse Huisvestingscode verplicht eigenaars bijvoorbeeld om bepaalde stappen te volgen voordat ze een huurder voor de rechtbank dagen. Leveranciers moeten volgens de gas- en elektriciteitsordonnanties ook eerst bepaalde stappen zetten voordat ze naar de vrederechter kunnen stappen. Zie hiervoor dit schema voor energie en dit schema voor water;
    • de gebruiker helpen met de samenstelling van het dossier en ervoor zorgen dat alle nuttige documenten verzameld worden (brieven aan de eigenaar/leverancier/distributeur, aangetekende brieven, betaalbewijzen van huur/energie- of waterfacturen, foto’s, verklaringen, enz.);
    • de gebruiker een document bezorgen met de belangrijkste elementen die aan de vrederechter meegedeeld moeten worden, en met de voornaamste argumenten in het voordeel van de gebruiker, als die geen advocaat heeft.

Documenten en bewijsmiddelen
In totaal zijn er drie exemplaren van de stukken nodig: één voor de rechter, één voor de tegenpartij en één voor de persoon zelf. Het is belangrijk dat mensen een kopie bewaren van alle documenten en bewijsmiddelen die zij bezorgen aan de vrederechter en aan de tegenpartij, bijvoorbeeld voor het geval er iets verloren gaat. Wanneer het om veel documenten gaat, is het handig om de stukken te nummeren en een overzichtslijst te maken.

  1. Vertegenwoordiging
    Om zich op de zitting te laten vertegenwoordigen, kan de persoon ervoor kiezen om:
    • zelf te verschijnen en zich zelf te verdedigen;
    • zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat;
    • zich te laten vertegenwoordigen door een familielid (uitdrukkelijk bepaald door de wet: echtgenoot, familielid of aanverwant) met een schriftelijke volmacht.

Als de zaak ingewikkeld is, kan het nuttig zijn om een advocaat in te schakelen. Mensen met een beperkt inkomen kunnen onder bepaalde voorwaarden recht hebben op een pro-Deoadvocaat. Via het Bureau voor Juridische Bijstand kunnen zij geheel of gedeeltelijk gratis juridische hulp krijgen, afhankelijk van hun inkomen.

3. Inleidende zitting

De partijen worden opgeroepen voor een eerste zitting: de inleidende zitting.

  1. In het algemeen kan je je gebruikers wijzen op de volgende aandachtspunten. Het wordt aanbevolen om:
    • op tijd aanwezig te zijn;
    • zich zeker aan te melden bij de zittingsdeurwaarder, die noteert wie aanwezig is;
    • zich voor te stellen aan de vrederechter en de identiteitskaart en eventuele volmacht te tonen;
    • zich indien mogelijk te laten begeleiden door iemand die vertrouwd is met het onderwerp (maatschappelijk werker, jurist, vereniging, enz.), ook al mogen die personen enkel spreken voor sociale rechtbanken: de arbeidsrechtbank of het arbeidshof.

Begeleiding van gebruikers
Enkel de advocaat mag tussenkomen tijdens de zitting. De begeleidende persoon (maatschappelijk werker, jurist, vereniging, enz.) mag het woord dus niet nemen.

  1. Tijdens de eerste zitting kan de vrederechter beslissen om de zaak:
    • onmiddellijk te behandelen
      Het gaat dan meestal om eenvoudige of dringende zaken die meteen mondeling behandeld kunnen worden tijdens de zitting zelf. De zaak wordt in dat geval onmiddellijk gepleit.
      De rechter luistert naar de toelichtingen van beide partijen en doet normaal gezien uitspraak binnen de wettelijke termijn van één maand. In de praktijk loopt de uitspraak echter vaak vertraging op, zonder dat daar een sanctie tegenover staat.
      De betrokkenen ontvangen het vonnis thuis met de post.
    • uit te stellen naar een bepaalde datum (een week, een maand of langer), soms met een planning voor de uitwisseling van conclusies (schriftelijke juridische argumentaties)
      Zo hebben de partijen extra tijd om documenten aan elkaar te bezorgen. Het is belangrijk om de datum goed te noteren: wie afwezig is, kan bij verstek veroordeeld worden.
    • uit te stellen naar een onbepaalde datum
      Dit gebeurt vooral bij zaken die niet dringend zijn of waarvoor meer tijd nodig is om het dossier voor te bereiden. De zaak wordt dan naar de rol verwezen zodat de partijen ontbrekende stukken kunnen verzamelen, het dossier kunnen analyseren en via hun advocaten hun conclusies kunnen opstellen. Een verwijzing naar de rol betekent dus dat het dossier in afwachting geplaatst wordt. Er wordt geen nieuwe zitting vastgelegd zolang een van de partijen niet vraagt om de zaak opnieuw op de agenda te plaatsen.

4. De pleidooien

Wanneer de advocaten hun conclusies opgesteld en uitgewisseld hebben, vragen zij gezamenlijk en schriftelijk om de zaak te pleiten. Ongeveer drie weken na die aanvraag ontvangen alle partijen een brief met de plaats, de datum en het uur van de pleidooien (soms wordt de zitting pas enkele maanden later gepland).

Tijdens de pleidooien krijgt elke partij om de beurt het woord. De eisende partij, die de procedure opgestart heeft, begint met het toelichten van haar argumenten en moet daarbij de aangevoerde feiten bewijzen en juridisch onderbouwen. Daarna is het de beurt aan de tegenpartij om haar standpunt uiteen te zetten.

5. Het vonnis

Het vonnis kan op dezelfde dag als de pleidooien uitgesproken worden, al gebeurt dat zeer zelden. Wanneer de rechter het vonnis niet onmiddellijk uitspreekt, wordt het na beraadslaging per post verstuurd binnen een theoretische termijn van één maand.

  • Veroordeling
    De partij die de zaak verliest, moet het vonnis vrijwillig en zo snel mogelijk uitvoeren.
    Het is in het belang van de verliezende partij om snel te reageren, zeker wanneer er kosten betaald moeten worden. Als het vonnis niet vrijwillig uitgevoerd wordt, zal de winnende partij een gerechtsdeurwaarder inschakelen om het vonnis officieel te laten betekenen aan de verliezende partij (met andere woorden, om het officieel af te geven op het adres van de verliezende partij). Na de betekening kan de gerechtsdeurwaarder overgaan tot gedwongen uitvoering van het vonnis, door bijvoorbeeld beslag te leggen op goederen of loon. Die procedures brengen extra kosten met zich mee.
  • Veroordeling bij verstek
    Als de verwerende partij niet voor de rechter verschijnt, wordt zij bij verstek veroordeeld. In dat geval krijgt de tegenpartij bijna automatisch gelijk, behalve wanneer de eisende partij iets vraagt dat strijdig is met de openbare orde (meer informatie vind je

[1] Zie https://fin.belgium.be/nl/betalen-terugkrijgen/betalen/mijn-belastingen-en-schulden-betalen/rolrechten-betalen

En daarna?

Er zijn twee mogelijkheden (die niet cumuleerbaar zijn) om beroep aan te tekenen tegen de beslissing van de vrederechter. Die hangen af van het type vonnis (op tegenspraak of bij verstek) en van het bedrag van de veroordeling.

Veroordeling > mogelijkheid tot beroep

Als de verliezende partij het niet eens is met het vonnis en het oorspronkelijk gevraagde bedrag hoger ligt dan 2.000 euro, kan binnen één maand na de betekening van het vonnis in ‘beroep’ gegaan worden tegen de beslissing van de vrederechter. De zaak wordt dan opnieuw behandeld door de rechtbank van eerste aanleg. Het is aangewezen om zich te laten bijstaan door een advocaat.

Veroordeling bij verstek > mogelijkheid tot verzet

Tegen een verstekvonnis van de vrederechter (waarbij een van de partijen haar argumenten niet heeft kunnen uiteenzetten) kan verzet aangetekend worden, uiterlijk binnen de maand na de betekening van het vonnis, maar enkel wanneer het vonnis betrekking heeft op een vordering van 2.000 euro of minder (als het bedrag hoger ligt dan 2.000 euro, moet beroep ingesteld worden en geen verzet). De zaak wordt dan opnieuw grondig onderzocht door dezelfde vrederechter, rekening houdend met de argumenten van de benadeelde partij.

Tegen vonnissen op tegenspraak van de vrederechter over energie- of waterschulden van minder dan 2.000 euro is dus geen beroep meer mogelijk wanneer beide partijen aanwezig waren op de zitting. Dat kan problematisch zijn wanneer de bevoegde vrederechter (die van de woonplaats van de persoon met schulden) weinig gunstige rechtspraak heeft voor mensen in een kwetsbare situatie (bv. beperkte kennis van de geldende ordonnanties en sociale maatregelen, oplegging van afbetalingsplannen die moeilijk haalbaar zijn voor de gebruiker, enz.).

Een vonnis wordt ‘in laatste aanleg’ genoemd wanneer er geen verzet of beroep meer mogelijk is. Dat geldt bijvoorbeeld voor vonnissen op tegenspraak over geschillen van minder dan 2.000 euro. Tegen dergelijke vonnissen kan nog wel een cassatieberoep ingesteld worden bij het Hof van Cassatie. Het cassatieberoep in België is een buitengewoon rechtsmiddel tegen definitieve beslissingen. Het Hof onderzoekt de feiten niet opnieuw, maar controleert enkel of het recht correct toegepast werd. De termijn bedraagt in principe drie maanden vanaf het bestreden vonnis, behalve in strafzaken. De procedure verloopt meestal schriftelijk via een gespecialiseerde advocaat.