Elektriciteitsverbruik
Bijgewerkt op: 13/04/2026
Aan de hand van gesprekken met het gezin en via een analyse van hun factuur kan je trachten te achterhalen of een van de volgende elementen het verschil tussen hun jaarlijkse elektriciteitsverbruik in kWh en het jaarlijkse referentieverbruik kan verklaren.
Levert dit niets op, dan is het beter om de staat en de installaties van de woning ter plaatse eens te gaan nakijken.
Het kan gebeuren dat de berekening van de annualisering van het verbruik afwijkt/niet correct is. Dit kan het geval zijn wanneer voor de annualisering enkel gewerkt werd met het verbruik in de winter- of zomermaanden, periodes waarin het elektriciteitsverbruik sterk verschilt. In dat geval kan de annualisering een te hoog of een te laag verbruik opleveren.
De referentiecijfers gaan uit van een gemiddelde aanwezigheid in de woning, maar sommige huishoudens brengen er meer tijd door.
Deze factoren kunnen verklaren waarom het elektriciteitsverbruik hoog ligt. Vergeet ze niet op te nemen in je berekening van het referentieverbruik.
In geval van een elektrische boiler kunnen er verschillende maatregelen getroffen worden om het verbruik te verminderen:
- De boiler instellen op een temperatuur van 60°, wat voldoende is voor sanitair warm water.
- Het is niet nodig om een boiler constant aan te laten staan, want dan wordt energie verbruikt gewoon om het water op temperatuur te houden, terwijl men een groot deel van de dag wellicht geen warm water nodig heeft. Is de capaciteit van de boiler (watervolume) groot genoeg, dan is het aangewezen om een timer te installeren, zodat het water bijvoorbeeld ’s nachts verwarmd wordt. Heeft het huishouden meer warm water nodig, dan kan er een extra tijdsblok ingesteld worden. Goed om te weten: een elektrische boiler ondervindt geen slijtage wanneer hij regelmatig in- en uitgeschakeld wordt.
- De boiler onderhouden en om de drie à vier jaar ontkalken.
Het gaat bijvoorbeeld om:
- huishoudtoestellen met een slechte energieprestatie (energieklasse D, E, F of G), vooral koelkasten, diepvriezers, wasmachines en droogkasten, of toestellen die niet meer goed werken (bv. een koelkast waarvan de deur niet meer goed afsluit)
- een elektrisch fornuis en/of oven
- een kleine elektrische boiler onder de gootsteen
- elektrische bijverwarmingstoestellen
- een airco
- oude staande halogeenlampen (geen LED) of vele kleine halogeenspots in het plafond (zes kleine spots in het plafond verbruiken samen vaak evenveel of meer dan één grote staande lamp)
- elk toestel dat warmte of koude produceert (aquarium, strijkijzer, waterkoker, koffiezetapparaat, diepvries)
- een grote tv
- moderne spelconsoles/pc’s.
Om het jaarlijkse verbruik van een elektrisch toestel te bepalen, vermenigvuldig je het vermogen ervan (uitgedrukt in watt en overeenstemmend met het verbruik in één uur) met de gebruiksduur ervan.
Voorbeeld:
een elektrisch bijverwarmingstoestel met een vermogen van 2.000 watt dat tijdens de verwarmingsperiode (= 6 maanden = 182 dagen) elke dag 1 uur gebruikt wordt, verbruikt jaarlijks 2.000 watt * 1 uur/dag * 182 dagen = 364.000 watt = 364 kWh.
Verbruiksinformatie
De nauwkeurigste manier om het verbruik van huishoudtoestellen te meten, is met een wattmeter. Je kan zo’n toestel lenen via onze dienst.
- Haal de stekker van alle toestellen die elektriciteit verbruiken (waaronder de koelkast, de diepvriezer, de boiler en toestellen in slaapstand) uit het stopcontact.
- Controleer of de meter blijft lopen:
- Als de meter doorloopt, is er hoogstwaarschijnlijk sprake van diefstal. In dat geval doe je het volgende:
- Maak foto’s van de meter en de draden die op die meter aangesloten zijn.
- Contacteer een elektricien zodat die de diefstal officieel kan komen vaststellen en een verslag kan opmaken.
- Onderneem de nodige stappen tegen de persoon die de elektriciteit steelt. Naargelang de situatie kan je ofwel een minnelijke oplossing proberen te vinden, ofwel klacht indienen bij de politie op basis van de foto’s en het verslag van de elektricien.
- Als de meter niet meer draait, is er zeker geen sprake van diefstal. Voor de zekerheid kan de betrokkene de test op een later moment nog eens uitvoeren. Het is namelijk mogelijk dat het niet om constante diefstal gaat, maar enkel om het gebruik van specifieke toestellen.



